Leerkracht in de kijker!

Elke maand zetten we een Vlaamse leerkracht aardrijkskunde in de kijker. We nemen van hem/haar een interview af aan de hand van onze vragenlijst. Het interview vindt zijn weg naar de VLA-krant en de VLA-website.

In deze editie is Deborah De Leenheer aan het woord, leerkracht aardrijkskunde in het GO! Atheneum Mortsel.

Je coördinaten? Waar geef je les? Aan welke graad? Hoelang sta je reeds in het onderwijs? Waarom geef je graag les? Waarom is je werkplek zo’n speciale plaats?

Ik ben Deborah De Leenheer, net 40 jaar oud en werkzaam als leraar aardrijkskunde in de 2de graad (doorstroom en dubbele finaliteit) in het GO! Atheneum Mortsel. Op mijn 22ste ben ik gestart met lesgeven; eerst als leraar Nederlands, aardrijkskunde en biologie (meteen de drie vakken die ik in de lerarenopleiding gekozen had), nadien als leraar aardrijkskunde en natuurwetenschappen op mijn huidige school waar ik nu al vijftien jaar lang enthousiast voor de klas sta. 

Lesgeven is nog steeds een passie van me; ik verdiep me graag in mijn vak en werk graag met en voor mensen. Vnl. met jongeren, dan, omdat me dat toch telkens weer die nodige uitdaging bezorgt. Een job als leraar biedt, naar mijn mening, voldoening. Het gaat erom jonge mensen iets bij te leren wat ze hopelijk in hun dagdagelijks leven (later) goed kunnen gebruiken. Ik zet daarom in de les ook sterk in op krachtige vaardigheden, zoals onderzoek en dialoog/debat, om de dynamische wereld van vandaag beter te kunnen begrijpen/verkennen. 

Het Atheneum in Mortsel is een aangename school met oog voor iedereen. Er wordt heel wat aandacht besteed aan het welzijn van onze leerlingen en dat voel je. De sfeer zit prima en ook het contact met collega’s is heel fijn. Ik heb hier alleszins al vriendschappen voor het leven opgebouwd.

Waarom geef je graag les? Hoe geef jij je lessen? Hoe maak jij gebruik van de didactische principes? Welke werkvormen gebruik jij overwegend? Welke excursies organiseer jij? Heb jij een vaklokaal? Zo ja, hoe heb je dat ingericht?

Mijn lesopdracht bestaat al een aantal jaren uit enkel aardrijkskunde en dat weet ik wel te waarderen. Dit jaar geef ik les aan alle 3de en 4de jaren (inclusief de richting Toerisme); vorig jaar stond ik ook in 5 en 6 Toerisme. Kortom, de opdracht is wisselend maar dat maakt het ook boeiend. Omdat ik tot enkele jaren terug alleen les gaf in de eerste graad, en nu niet meer (door verschuivingen etc.), besloot ik om ook verder te studeren en zo mijn masterdiploma te halen. Daar ben ik momenteel mee aan de slag, in Tilburg. Het studietraject verloopt prima, ik behaal mooie resultaten en word ondergedompeld in een vernieuwend bad van geografische didactiek. Dat is verfrissend en zeker welkom! Ik probeer daarom ook heel veel van die aangereikte principes uit op de klasvloer: activerende werkvormen, intenser gebruik van GIS, inzetten op herhaling van noodzakelijke kaartvaardigheden, om er maar een paar te noemen. Daarnaast probeer ik iedere les (of toch ieder thema) aan te vatten d.m.v. een instap die hopelijk de intrinsieke motivatie van leerlingen aanspreken kan. Dat kan gaan om een opvallend bericht uit de actualiteit, een inspirerende quiz en/of een koppeling naar de leefwereld van de leerlingen (waar dat kan). 

Ik zou graag meer tijd willen maken voor excursies. Omdat het leerlingenaantal bij ons op school in alle jaren de kaap van de 100 overstijgt, is dat echter niet altijd eenvoudig te regelen. Bovendien heeft onze directie een bloedhekel aan lesuitval (wat ik ook begrijp). Toch is er wel al ruimte voor onderzoek buiten de klas: zo gaat het vierde jaar op GWP naar G.H. Luxemburg. Daar worden de oriëntatievaardigheden van leerlingen nogmaals op de proef gesteld en wordt het thema verstedelijking tastbaar in het landschap. Wellicht moet ik (ook al heb ik maar één uur per week (of misschien nét daarom?)) wat ‘harder’ op tafel kloppen en in overleg meer mogelijkheden creëren voor veldstudie voor het vak. Ik noteer het alvast als werkpunt voor de komende jaren. Over een vaklokaal beschik ik gelukkig wel; over meerdere zelfs. We zijn met z’n vieren in de vakgroep en geven alle vier les in een goed uitgerust leslokaal met smartboard of projectiemogelijkheden, voldoende wandkaarten en schoolatlassen etc. Daar absoluut geen klagen. Het vaklokaal waar ik meestal les geef, heb ik overigens met alle tools en spullen overgeërfd van mijn collega en voorganger C. Van Deuren; waarvoor mijn grote dank!

Hoe kijk jij als leerkracht naar het vak aardrijkskunde? Welke veranderingen zou jij doorvoeren mocht je vrije keuze hebben en over alle middelen beschikken?

Aardrijkskunde is een vak dat nodig is in de basisvorming van het secundair onderwijs. Het verbindt andere vakken (en is dus een brugvak) en biedt daardoor een ruim kader waarbinnen bepaalde onderwerpen grond krijgen. Het is daarom erg jammer dat het vak zo weinig lestijd krijgt. Ik ben althans nog wat zoekende naar hoe ik toch meer diepgang in de lessen kan brengen zonder de leerlingen op te zadelen met veel voorbereidend werk en/of huiswerk nadien. Het betoog voor het vak is enkele jaren geleden uitvoerig gevoerd en ik heb het toen met veel spanning gevolgd. Jammer genoeg heeft het bij ons op school ook een beetje het onderspit moeten delven voor o.a. meer uren wiskunde in de derde graad. Zo hebben onze wetenschapsrichtingen in het 6de jaar enkel een kortere module aardwetenschappen en dus geen aardrijkskunde in de basisvorming meer. Ik vind dat pijnlijk. 

Als leerkracht zie ik aardrijkskunde als een essentieel vak dat leerlingen helpt de wereld om hen heen te begrijpen, zowel fysiek als sociaal. Het vak biedt niet alleen kennis over landschappen, klimaten en natuurlijke processen, maar draagt ook bij aan wereldburgerschap, duurzaamheid en kritisch denken over maatschappelijke kwesties zoals migratie, klimaatverandering en globalisering.

Mocht ik volledige vrijheid en alle middelen tot mijn beschikking hebben, dan zou ik aardrijkskunde dynamischer en praktijkgerichter maken. Ik zou meer gebruik maken van interactieve middelen zoals digitale kaarten, virtual reality-excursies en actuele casussen uit het nieuws. Ook zou ik leerlingen meer betrekken bij onderzoekend leren, waarbij ze zelf geografische vraagstukken verkennen, bijvoorbeeld door veldwerk of het analyseren van data over hun eigen leefomgeving.

Verder zou ik het curriculum meer verbinden met andere vakken, zoals geschiedenis, biologie en burgerschap, zodat leerlingen de samenhang tussen verschillende disciplines beter leren begrijpen. Tot slot zou ik nog sterker willen inzetten op duurzaamheid en het ontwikkelen van een actieve houding bij leerlingen om zorg te dragen voor hun omgeving en de wereld. Maar, ja, stop dat maar eens allemaal in dat ene uur, niet waar?

Waarom ben jij lid geworden van de VLA? Hoe ondersteunt de VLA jou als leerkracht aardrijkskunde? Waarop zou VLA nog veel meer moeten inzetten?

Ik ben, toegegeven, nog niet zo heel lang lid van de VLA (ook al geef ik al meer dan 15 jaar aardrijkskunde). Ik wijt dat aan het feit dat ik als beginnende leraar, maar ook daarna, steeds goed ondersteund werd door bv. vakcollega’s. Bovendien heb ik ook een prima contact met D. Coolsaet o.w.v. een eerdere samenwerking in de vzw keyMundo. Ik zat zodoende dichtbij ‘de bron’. Ook is het zo dat ik altijd actief ben geweest op verschillende vlakken: in mijn vak, maar ook in de reiswereld, in het Mechelse toneellandschap... Ik ben best een bezige bij. De reden waarom ik me dan toch aangesloten heb is omdat het uiteraard een logische zet is en ik inmiddels op school de ancien ben geworden. Dat neemt niet weg dat ook ik nog veel kan bijleren (niet enkel via mijn nieuwe opleiding, maar ook van andere vakcollega’s buiten de school). Ik hoop via mijn lidmaatschap makkelijker te kunnen netwerken en toch op de hoogte te blijven van nieuwe verwikkelingen in het vakgebied. Waarop de VLA nog meer zou kunnen inzetten? Goede vraag; ik vind dat er al heel wat gebeurt en georganiseerd wordt. Ik denk graag mee na over hoe de VLA zichzelf nog meer op de kaart zetten kan zodat bv. ook mijn vakcollega’s hun lidmaatschap aanvragen en/of jaarlijks willen vernieuwen.  

Bepaalt het lesvak je vakantiebestemming? Welke vakantieplaats zou je aanraden aan collega’s en waarom? Wat wil je nog kwijt aan je vakcollega’s in Vlaanderen?

Het vak bepaalt mijn keuze voor vakantiebestemmingen niet echt, maar ik neem wel telkens heel wat info of foto’s/ander materiaal vanop mijn reizen mee naar de klas. Wie mij kent zal weten dat ik een heuse Australië-fan ben o.w.v. mijn work and holiday ervaring daar in het jaar 2009. Dat heeft wel degelijk een diepe indruk op me nagelaten en me verder gevormd als persoon. Die ‘reis’ of eerder het leven daar heeft ervoor gezorgd dat ik zowat reisverslaafd ben geworden. Ik ondervind nu al een soort van ‘fomo’ wanneer ik in aanraking kom met bestemmingen die mijn interesse wekken maar waar ik nog niet geweest ben. Het leven is in die zin, wat mij betreft, te kort. Op reis kies ik, waar mogelijk, graag voor een mix van cultuur en natuur. Ik ben een ‘mensen’-mens. Ik vind contact met de lokale bevolking erg verrijkend en probeer me steeds voor te stellen hoe het is om als inwoner te leven in het land dat ik bezoek. Als ik dan toch een bestemming zou moeten aanraden aan mijn collega’s, dan zou het IJsland zijn. Daar ging ik zelf naartoe in de zomer van 2023. The ringroad is natuurlijk bekend, maar off the beaten track kom je er ongelofelijke wonderen van moeder Natuur tegen. Ik waande me vaak op een andere planeet. Het landschap is zodanig woest, vaak ongerept en desolaat dat die ervaring moeilijk met woorden te omschrijven is. En, onmiskenbaar, is de Aarde er zo actief dat ik me in dat land erg klein voelde. Je wordt er even terug met je voeten op de grond gezet. Met stip op één als Europese must-do.

Aan mijn collega’s in Vlaanderen: strijd waar nodig voor het vak, pleit waar het kan voor meer lestijd (onder welke vorm dan ook) en kom netwerken via de VLA. We zijn met weinig op onze scholen en dus is uitwisseling (van materiaal en ideeën) zeker geen overbodige luxe. 

Bedankt om mijn interview/mijn bijdrage te willen lezen en hopelijk tot op één van de komende VLA-evenementen.