Elke maand zetten we een Vlaamse leerkracht aardrijkskunde in de kijker. We nemen van hem/haar een interview af aan de hand van onze vragenlijst. Het interview vindt zijn weg naar de VLA-krant en de VLA-website.
Dit keer legden we onze vragen voor aan Bavo De Paepe, leraar aardrijkskunde in het Sint-Gertrudiscollege in Wetteren.
Je coördinaten? Waar geeft je les? Aan welke graad? Hoelang sta je reeds in het onderwijs? Waarom geef je graag les? Waarom is je werkplek zo’n speciale plaats?
51°00'30.7"N, 3°53'15.6"E
Ik ben Bavo De Paepe. Binnenkort start ik aan mijn tiende schooljaar als leerkracht aardrijkskunde in de leerjaren 4, 5 en 6 van het Sint-Gertrudiscollege Wetteren (doorstroomfinaliteit).
Zelf heb ik de passie voor het vak gekregen van mijn leerkracht aardrijkskunde op dezelfde school: Philip Plaetinck. Hij was zeer gepassioneerd voor zijn vak, legde de leerstof (letterlijk) met handen en voeten uit en kon de verwondering voor onze wereld zo mooi overbrengen. Na een goed resultaat op de geo-olympiade wist ik het zeker: ik zou geografie gaan studeren!
Toen ik na mijn universitaire studies aan mijn lerarenopleiding bezig was, zou ik stagelopen bij Philip. Tot ik op 15/01/2017 het onverwachte nieuws kreeg dat hij tijdens het sporten was overleden. Ik was (en ben er nog steeds een beetje) kapot van.
Twee weken later stond ik in zijn lokaal les te geven, zonder ooit eerder voor de klas te hebben gestaan. Het werd misschien wel het pittigste halfjaar van mijn leven, maar ben zo blij dat ik die sprong heb gewaagd.
Nu, bijna tien jaar later, is het nog steeds mijn missie om de passie voor aardrijkskunde door te geven aan de leerlingen van het Sint-Gertrudiscollege, net zoals Philip dat ooit bij mij deed.
Waarom geef je graag les? Hoe geef jij je lessen? Hoe maak jij gebruik van de didactische principes? Welke werkvormen gebruik jij overwegend? Welke excursies organiseer jij? Heb jij een vaklokaal? Zo ja, hoe heb je dat ingericht?
Doorgaans zitten mijn leerlingen zeven lesuren per dag stil aan een schoolbank. Zou jij dat (nog) kunnen? Ik niet. Daarom probeer ik hen zo actief mogelijk in mijn lessen te betrekken.
… door enthousiast les te geven.
Ik loop tourkes in de klas om de aardrotatie na te bootsen, trek de gordijnen open om wolken te spotten, laat heel de gang opschrikken wanneer ik vocaal een supernova nadoe, krijg dramatisch een hartverzakking als blijkt dat de aardplaten nog steeds niet gestudeerd zijn, nodig hen uit voor een sterrenkijkavond…
Ik ben ervan overtuigd dat die aanpak zwakkere leerlingen beter meekrijgt voor de basisleerstof én sterke leerlingen warm maakt voor de pittigere leerstof. Want ja, ik durf de lat ook hoog te leggen.
… door de leerlingen te laten meedenken en noteren.
Ik werk graag met onderwijsleergesprekken. Leerlingen die een volledig lesuur alleen maar passief luisteren? Daar krijg ik de kriebels van. Ik probeer daarom elke leerling minstens een keer per les aan het woord te laten. Dat blijft een uitdaging, maar ik wil dat iedereen actief meedenkt. Daarom laat ik hen ook (stukken van) het denkproces noteren (a.d.h.v. richtvragen) in mijn eigen cursus.
…door de leerstof aanschouwelijk te maken.
Als één vak zich leent tot aanschouwelijk onderwijs, dan is het aardrijkskunde wel.
Wandkaarten en PowerPoints (waar ik misschien nét iets te veel tijd in steek) zijn de klassiekers.
Beelden of filmpjes over vulkanen, aardbevingen, stormen… tonen via een opgeslagen mapje in Instagram zorgen plots voor extra aandacht.
Ik heb het geluk les te geven in een lokaal met een prachtig beschilderde deur (ter ere van Philip) en een indrukwekkende muurschildering.
Andere voorbeelden: bij de lessen over gesteenten gaan natuurlijk echte stenen de klas rond, we maken een planetenwasdraad, of elke leerling een wereldbolletje (oorspronkelijk uit een ballenbad) om zelf de zin van de aardrotatie te onderzoeken.
Ook onze excursie in de derde graad sluit perfect aan bij die aanpak. Ik fiets twee keer met +/- 70 leerlingen in mijn kielzog door de Scheldevallei tot aan het Donkmeer en terug (ong. 28 km). Dat is goedkoop, milieuvriendelijk, actief en vooral: je staat écht IN het landschap.
Onderweg bespreken we dat landschap, de vorming van de Vlaamse Vallei sinds de ijstijden, klimaatverandering, het Sigmaplan, rivierduinen, verlaten meanders, het ontstaan van het Donkmeer, ecosysteemdiensten van de Kalkense Meersen…
En terug op school? Dan volgt meteen een openboektoets. Bummer ;-)
Hoe kijk jij als leerkracht naar het vak aardrijkskunde? Welke veranderingen zou jij doorvoeren mocht je vrije keuze hebben en over alle middelen beschikken?
De vernieuwde eindtermen in de derde graad bieden gelukkig nog voldoende ruimte om als leerkracht eigen accenten te leggen. Je kunt bij sommige thema's dieper graven en andere iets beknopter behandelen. Gelukkig kreeg ik van mijn directie in het vijfde leerjaar twee lesuren in de wetenschappelijke richtingen, waardoor ik die ruimte ook echt kan benutten.
Waar ik me inhoudelijk soms wel wat zorgen over maak, is het ruimtelijk referentiekader. Op onze school hebben we een sterke leerlijn rond kaartenkennis. Die gaat wellicht verder dan op veel andere scholen, en misschien zelfs verder dan het leerplan strikt genomen vraagt (sorry, meelezende inspecteur). Toch geloven we sterk in die aanpak. Een stevig ruimtelijk referentiekader helpt leerlingen om geografische processen beter te begrijpen én ze correct in de wereld te situeren.
Waarom ben jij lid geworden van de VLA? Hoe ondersteunt de VLA jou als leerkracht aardrijkskunde? Waarop zou VLA nog veel meer moeten inzetten?
Vooral omwille van het VLA-congres. Als enige leerkracht aardrijkskunde in de derde graad op mijn school mis ik soms een klankbord. Het congres is daarom een ideaal moment om ervaringen uit te wisselen met vakcollega's. Daarnaast zijn er telkens interessante workshops en sessies. Er is altijd wel iets dat ik meeneem naar mijn lessen.
Bepaalt het lesvak je vakantiebestemming? Welke vakantieplaats zou je aanraden aan collega’s en waarom? Wat wil je nog kwijt aan je vakcollega’s in Vlaanderen?
Tuurlijk bepaalt het lesvak mijn vakantiebestemming! :-) De leerlingen hangen aan mijn lippen als ik vertel over de sloppenwijken die ik bezocht in Medellín, Colombia. Ze lachen zich een breuk met de foto’s met “mijn jong tootjen” bij Hoover Dam, Grand Canyon of El Capitan – maar ik heb meteen hun aandacht. Ze zijn geïnteresseerd door de filmpjes uit de verschillende wijken van New York tijdens de VLA-reis. En ik ben benieuwd hoe ze zullen reageren op mijn verhaal over de totale zonsverduistering deze zomer in Spanje.
Ik blijf me overal verwonderen in onze wereld. Collega’s, ik hoop dat jullie dat ook doen! Enkel zo kunnen en zullen wij die passie voor aardrijkskunde doorgeven aan onze leerlingen.




